Politie breekt de neus van een arrestant

Bijzondere uitspraak over politiegeweld en wie wat moet bewijzen.

Verbalisant politie breekt met zijn knie de neus van eiser, terwijl eiser geboeid werd opgehouden in een politiecel.

Eiser stelt dat hij door de politie is mishandeld. Normaliter moet de eiser/arrestant bewijzen dat sprake is van mishandeling door de politie. Maar in deze zaak ligt het anders.

De politie wordt belast met het bewijs van de door haar gestelde toedracht. Een dergelijke omdraaiing van de bewijslast komt niet vaak voor.

De rechtbank:

Vaste jurisprudentie van de Hoge Raad leert dat met omkering van de bewijslast terughoudend moet worden omgegaan. Als de rechter de uitzondering toepast, dient hij de omstandigheden vast te stellen die hem tot zijn beslissing hebben geleid en dient hij inzicht te geven in de gedachtegang die hij daarbij heeft gevolgd. De Hoge Raad heeft eerder omkering van de bewijslast gerechtvaardigd bevonden in gevallen waarin de specifieke onderlinge verhouding van partijen daartoe aanleiding gaf en ook in gevallen waarin de ene partij de andere partij in bewijsnood heeft gebracht.

......

Dit betekent dat de politie zal worden belast met het bewijs van haar stelling dat [eiser] neus is gebroken doordat [agent A] hem tijdens de celprocedure een, op zijn dijbeen gerichte, attentietik wilde geven om hem tot knielen te bewegen maar dat ten gevolge van een ongelukkige samenloop van omstandigheden [agent A] knie onbedoeld tegen [eiser] neus aan kwam.

.....

In het geval de politie niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, moet met [eiser] ervan worden uitgegaan dat sprake is van mishandeling, dat wil zeggen van een gedraging die in het geheel niet als dwangmiddel kan worden opgevat, voor de gevolgen waarvan de politie aansprakelijk is. Volgens vaste rechtspraak is de politie immers aansprakelijk indien sprake is geweest van hetzij het gebruik van een dwangmiddel in strijd met regels van geschreven of ongeschreven recht, waaronder begrepen het geval dat de toepassing van het dwangmiddel in de gegeven omstandigheden zo disproportioneel was dat zij daarom in strijd met de zorgvuldigheid kwam, hetzij van een gedraging die in het geheel niet als het gebruik van enig dwangmiddel kan worden opgevat (vergelijk HR 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7755).


De uitspraak vindt u hier.

Vragen?


Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Schroom dan niet contact op te nemen met Berto Drenth, letselschade-advocaat.

Telefoon: 030 – 214 50 24
Email: advies@hulpnaletsel.nl


vorige pagina


STEL EEN VRAAG

Vragen over letselschade? Wacht niet te lang en stel ons uw vraag!

STEL UW VRAAG:


TELEFONISCH

Vul uw naam en telefoonnummer in.
U wordt op werkdagen binnen 24 uur
teruggebeld door een advocaat.




ONLINE

Stel uw vraag via het formulier.


> Reacties cliƫnten
> Lage kosten
> Gesubsideerde rechtsbijstand

> Over Hulpnaletsel.nl
> Onze missie
> Linkpartners
> Actueel

> Privacy en disclaimer
> Algemene voorwaarden